Home

Frieda en Goofy 

                                                                   Roosendaal, 12 oktober 2009

 

Geen leven zonder Goofy,

Het moeilijkste is, als mensen vragen: “Waar helpt ie je mee?”

Sanne had me hier al voor gewaarschuwd. Als mensen bedreigend op me overkomen, begin ik vaak te stamelen: “Nou, hij raapt het op als ik iets laat vallen en hij doet de deur voor me open,” en dan knikken ze begrijpend. “Hoe gaat dat dan met deuren?” “Nou, ik heb overal linten aan de klinken gebonden”. Dan is het gesprek meestal voorbij en laten ze me met rust.

Dit vind ik de meest ongemakkelijke situatie.

 

Soms zijn er van die snuggere types die zeggen: “Nou weet ik alles van je hond, maar niets van jou”. Bingo! denk ik dan, dat is precies de bedoeling. Ik zet een grijns op mijn gezicht en ben er gauw vandoor.

 

Op de dagen dat ik beter in mijn vel zit en mijn hersenpan op volle toeren werkt, als ik dan vragen krijg over het waarom van Goofy als hulphond, zeg ik dat hij me helpt bij mijn angsten en paniekaanvallen. Of ik benoem mijn bipolaire stoornis. Maar ook hoe praktisch het voor me is, als ik op mijn scootmobiel zit en mijn handschoenen vallen op de grond, dat Goofy ze voor me opraapt.

 

Erg spannend was voor mij, of ik Goofy werkelijk overal mee naar binnen mocht nemen. Dagen van te voren liep ik daar al over zenuwachtig te zijn. Zo is Goofy ook meegegaan naar de reumatoloog, de psychiater en naar de bloedprikpoli. Maar wel ben ik 1 keer aangehouden door een portier, voor wie het verschijnsel hulphond totaal nieuw was.

 

In geval van bijzondere bestemmingen, informeer ik van te voren of Goof welkom is. Soms is er geen beleid en zegt men op voorhand “nee”. Dat overkwam mij afgelopen zomer, toen ik “iets nieuws” wilde doen en naar het Van Gogh Museum wilde gaan.

In andere gevallen, zoals in ons ziekenhuis, zegt men op voorhand “ja”.

 

Voordat ik in de gelegenheid was om Goofy overal mee naar toe te nemen, brak ik regeltjes. Ik smokkelde hem in de hoge tas van mijn boodschappenkarretje mee naar binnen. Het deksel losjes over mijn hand, die op zijn bolletje ruste. Hem af en toe brokjes voerend. Ik raakte helemaal overstuur wanneer ik commentaar kreeg van een winkelbediende. “Hij helpt mij, stamelde ik dan, anders kan ik niet zelf hier komen”. Een sjacherijnige blik was vaak het gevolg, en ik kwam niet meer in die winkel.

Of ik verstopte Goofy tussen mijn benen op mijn scootmobiel. Het grappige was, dat kleine kinderen hem altijd wčl zagen zitten. “Kijk, mama, hondje!” Echt onopgemerkt was ik nooit, maar de meeste volwassenen zagen Goofy niet. Onzichtbaar zijn was mijn tactiek. Overal tussendoor glippen, om maar geen contact te hoeven maken.

 

Nu Goofy een hesje draagt valt hij op. En ik krijg nog zelden kritiek. Naar mate ik met hem meer verschillende gelegenheden heb bezocht, is mijn zelfvertrouwen gestegen. Met het wegebben van mijn angsten, krijg ik een beter verweer tegen vragen en opmerkingen.

 

Van mij zo onopvallend mogelijk proberen te bewegen onder andere mensen buiten de deur, het liefst onzichtbaar, ben ik ongewild een bekende verschijning geworden met Goofy. Mij rest niet anders dan dat gegeven te accepteren. Het werkt door in mijn houding en persoonlijke verzorging.

 

Het kan me minder schelen wat andere mensen van me denken. Nagenoeg iedereen vindt Goofy een onweerstaanbaar hondje, en de lach die hij op het gezicht van andere mensen tovert, schijnt terug op mij, waardoor de wereld een stuk minder bedreigend voor mij is om in te verkeren.

 

Hoe deed ik het vóór Goofy?

Het voert te ver om mijn persoonlijke geschiedenis hier uiteen te zetten, maar in mijn volwassen leven op eigen benen heb ik altijd een hond gehad. De eerste was een herder uit het asiel. Ze was al wat ouder en mocht mee naar mijn werk. Ik werkte in de horeca en ze lag bij mij achter de bar. Mijn volgende hond was weer een Mechelaar, een pup, en ook haar nam ik overal mee naartoe. In die tijd ging dat nog gewoon. Yurah is 16 jaar geworden. Ze overleed thuis, in mijn armen, aan een hartinfarct.

Omdat we moesten verhuizen naar een aangepaste woning, was meteen na haar overlijden een pup niet erg handig. 1 ˝ jaar lang ben ik aaneengesloten depressief geweest. Ik ondernam niets meer. Pas toen Goofy kwam, en mijn stemming verbeterde naar mate de binding met hem groeide, realiseerde ik me, hoe belangrijk een eigen hondje voor mij is. De veiligheid die ik erbij ervaar. De liefdevolle projectie. De buffer, de afleiding, maar ook de brug, die hij is tussen mij en de buitenwereld.

 

Goofy houdt mijn focus op het hier-en-nu. Hij is het deksel, waardoor het verleden op zijn plaats blijft. Beter kan ik het niet verwoorden.

Het klinkt heel dramatisch, maar helaas is het waar: zonder dat deksel heb ik geen leven.

 

Lieve Vriendenclub van Ellen, Hondenschool de Click,

Wat jullie voor mij gedaan hebben door Goofy een hulphondenstatus te geven, en daarvan de kosten te dragen, is voor mij onschatbare waarde!

Want naar mate ik meer opmerkingen en kritiek kreeg over het meenemen van Goofy naar winkels en andere gelegenheden, raakte ik meer in de put en kroop ik terug in mijn isolement. Nu ik door een aantal voor mij moeilijke confrontaties heen ben, kan ik de meeste van mijn eigen zaakjes weer zelf regelen en zelfs af en toe iets leuks doen.

 

Speciaal naar jullie meiden van De Click,

Enorm bedankt voor jullie begrip voor mijn situatie, en voor het goede onderricht dat ik van jullie heb ontvangen. Jullie hebben mij zo hartelijk verwelkomd, en jullie kennisoverdracht werpt ontzettend vruchten af. Goofy is veel belastbaarder en kan veel meer, dan ik ooit had durven dromen!!!

 

Lieve en dankbare groeten van Frieda en Goofy

 


Home                                                     TERUG NAAR ACTUEEL